De Spice Garden op Penang bevindt zich tussen Batu Ferringhi en
Teluk Bahang. Tussen de hotels Bayview Beach Resort en het Mutiara Hotel. Het is
een nieuw project op Penang, dat sinds 27 november 2003 is geopend. Het ligt
verborgen in één van de vele bochten, op weg naar Teluk Bahang. Nadat je naar binnen bent gegaan, kom je in
een kleine vallei.Hier bevindt zich het loket, waar je de toegangsbewijzen
koopt. Dit is tevens het
vertrekpunt bij elke route, die gaat lopen.
Op het terrein bevindt zich ook de Lone Crag Villa: een oude, koloniale villa.
Deze is sinds mei 2004 het échte bezoekerscentrum.
De Spice Garden is
gemakkelijk met de lokale bus naar Teluk Bahang te bereiken vanuit Batu
Ferringhi. De bushalte bevindt zich vlakbij de
ingang van de tuin.
De Spice Garden is opgezet door de Penang State Government en ze hebben daar
zo'n 500 verschillende plantensoorten verzameld. Overigens vind je hieronder ook
planten en bomen, die vroeger door de Engelsen zijn geïmporteerd, waaronder de "rain
tree", theeplanten en de rubberboom.
Je vindt er overigens ook insecten, vogels en andere (ongevaarlijke) wilde
dieren. Deze worden niet gehouden in kooien.
Er zijn zo'n drie
verschillende routes, die je kunt lopen:
- jungle trail (groene pijlen volgen)
- ornamental trail (rode pijlen volgen)
- spice trail (oranje pijlen volgen)
 |
Elke route duurt zo'n 20 - 45
minuten. Dit is natuurlijk afhankelijk
van je
interesse.
Wij verbleven zo'n 2 uur in de Spice
Garden en hebben ons kostelijk
geamuseerd. Het is een leuke
bestemming voor een ochtend.
Bij binnenkomst valt direct een
vijver met lotus bloemen op.
De
paden, die je volgt gaan op en
neer. Soms moet je iets klimmen,
maar steeds kom je iets verrassend
tegen.
In de tuin zijn stenen, deuren en
ramen gebruikt, die uit oude huizen
kwamen in Georgetown, die
gesloopt zouden worden.
Grote stenen van deze huizen
worden gebruikt om een trap te
maken. Soms ga door een oude
Chinese deur door, die midden op
één van de trails is geplaatst of je
passeert een heel mooi raam.
In de vijver zwemmen vissen en
groeien lotus bloemen.
|
De vijver bij het bezoekerscentrum is het
beginpunt om de Spice Garden te ontdekken.
Wij namen eerst de "spice trail" om eens te zien, hoe kruidnagels,
nootmuskaat, gember, kaneel, tamarinde, peper e.d. groeit.
Bij de spijzen en kruiden staan bordjes, waarop staat hoe men de kruiden kan
gebruiken: in de keuken, als medicijn of voor de geur.
De verschillende paden zijn gemarkeerd door gekleurde stenen
pijlen op de grond. Zo kun je gemakkelijk de route volgen.
Wij volgden dus de oranje route, die eindigt abrupt bij een watervalletje.
Eigenlijk had deze route nog verder moeten gaan en moeten eindigen bij een
restaurant, waar ook een souvenirwinkel bij komt.
Helaas was men nog niet klaar met de bouw. Men verwacht wel, dat deze
spoedig klaar zal zijn.
Nu lopen we weer terug naar het begin bij het bezoekerscentrum, waar we
(gratis) iets te drinken krijgen.
Op de groene route (jungle trail) kom je o.a. langs de bananenbomen,
sagopalmen, suikerriet, cacao, rubberbomen, bamboe, varens, orchideeën
en oliepalmen.
De bananenboom heeft een mooie grote roze bloem.
Op één van de bananenbladen vonden we een heel mooi, rood kevertje. De mooie
roze bloem rechts is de bloem van een bananenboom. Als de bloem is
uitgebloeid vormen zich daar de bananentrossen. In het begin is het nog
klein en dieproze van kleur, maar later worden ze ze groter en geler. Overigens
eet men in Maleisië niet de grote bananen, die wij in onze winkels hebben.
Men heeft daar kleine banaantjes (half zo groot als de onze) en ze smaken
zoeter.Hieronder zie je
de vrucht van de muskaatboom.
Links is de vrucht, zoals hij aan de boom groeit. Rechts zien we een
geopende vrucht met de muskaatnoot. Om deze noot bevindt zich een rood
vlies: de foelie. Een kruid, dat ook nog wel eens in de keuken wordt
gebruikt. Onder het rode vlies zit de harde schil van de noot, waarin de
muskaatnoot zich bevindt.
Van het witte vruchtvlees maakt men nog een soort chips.
Kortom: alles wordt gebruikt van de vrucht.

De vrucht, de foelie en de
muskaatnoot
|

Het rode kevertje. Niet groter
dan "ons" lieveheersbeestje.

Een bananenbloem.
Is deze uitgebloeid,
dan vormen
hier zich de kleine banaantjes:
een tros wordt geboren. |
|
De laatste route is de "ornamental trail"
(rode route).
Deze start weer bij de vijver en is een rolstoelvriendelijke route. Geen
groot hoogteverschil en op deze route vind je geen treden. Deze route hebben
ze "gladjes" gehouden.
In de vijver bij het tijdelijke bezoekerscentrum, ligt een sampan (een oude
visserboot).
Kijk ook eens uit naar de rijstplanten, die hier groeien!
Op deze rode route vind je vooral een grote verscheidenheid aan bloemen en
planten, die de mensen in hun eigen tuin kunnen gebruiken. Er staan onderweg
een aantal banken en je komt een hele grote schommelbank tegen, waar je
eventjes heerlijk kunt schommelen (ook de groten onder ons). Je hebt hier
een mooi uitzicht over de de vijver.
Ook zie je op deze route zeldzame, lage palmen.
Conclusie: De Spice Garden geeft een leuk
beeld van de planten en kruiden in Maleisië. Mijn vriend (een Maleisiër),
ons hiervoor had uitgenodigd, vond het maar vreemd. De meeste planten,
kruiden en bomen groeiden immer bij hem in de tuin. En wat niet bij hem
groeide kocht hij op de markt. Het was voor hem een zeer vreemde tuin: je
gaat toch niet betalen voor iets, wat je in tuin kunt zien??
Wij vonden het echter interessant. Je loopt steeds in de schaduw van een
dicht bladerdak. |

Lemongrass (of serai) |