De weg naar de Cameron Highlands
slingert zich naar boven. Je passeert diverse nederzettingen van de Orang Asli
(Senoi). Bij elke nederzetting is wel een kraampje, waar men honing
en/of fruit probeert te verkopen. Soms zie je ook niemand bij zo'n stalletje.
De bevolking is niet opdringerig, als je stopt. Ze laten je gewoon je gang
gaan, als je wilt fotograferen.
Hun bezit is een huis en vaak ook een bromfiets.

Een nederzetting op weg naar boven. Deze zie je geregeld langs
de weg verschijnen.
De naam Orang Asli betekent eigenlijk:
oorspronkelijke bewoners. Er zijn nog ongeveer 60.000 Orang Asli, waarvan ongeveer 60%
nog in de jungle leeft en 40% langs de kust. Meestal verstaat
men onder Orang Asli iemand, die niet tot de drie hoofdgroepen (Maleis,
Chinees, Indiër) behoort in
Maleisië.
We kunnen de Orang Asli onderverdelen in drie groepen:
- Senoi
- Orang Malayu Asli
- Negrito
De Senoi leven voor het merendeel in de Cameron
Highlands. Zij zien eruit als Maleisiërs. Je zou ze niet herkennen in een stad
als Kuala Lumpur, hoewel sommigen ook op Negrito's kunnen lijken. Veel
Senoi werken als dagloners op de theeplantages, die hoger gelegen zijn. Veel
Senoi zijn dan ook bij die theeplantages gaan wonen, om de afstand wonen -
werken te verkleinen. Ze wonen daar ze in een soort barak, maar deze is wel
voorzien van meer luxe.
Ze komen oorspronkelijk
uit Cambodja, Vietnam en Noord Thailand. Waarschijnlijk was dat zo'n 6000 - 8000
jaar geleden.

Huizen met daken van palmbladeren en golfplaten. Een woning met
golfplaten heeft
meer aanzien, want deze zijn tenslotte toch duurder??
De Senoi wordt ook wel het "droomvolk"
van Maleisië genoemd. Dromen hadden een belangrijke plaats in hun leven. 's
Morgens bespraken ze met elkaar, wat ze gedroomd hadden en dat waren niet
alleen de mooie dromen, maar ook de nachtmerries.
Dromen werden altijd positief uitgelegd, zodat je er iets van kon
leren. Voorbeeld:
Als je een nachtmerrie had en je werd daarin aangevallen door een tijger, dan
vertelden de ouderen, dat je niet bang hoefde te zijn voor deze "droomtijger"
en dat je hem de volgende keer te lijf moest gaan met stok of speer. Als je niet sterk genoeg
bent,
moet je om een vriend roepen.
Als je nachtmerrie bijvoorbeeld over een brand ging, dan vertelde de groep, dat je
de brand kon
bestrijden met water. Dus de volgende keer moest je water halen in je droom.
De
Senoi geloven aan het bestaan van twee zielen. Eén van die zielen is te vinden
in de oogpupil en de andere midden in het voorhoofd. Vooral deze tweede ziel
is belangrijk wanneer het om dromen gaat. Tijdens het dromen verlaat deze ziel
het lichaam en komt daarbij andere zielen tegen. De zielen van bomen, dieren
of mensen bijvoorbeeld. En dit zijn dan de beelden die in dromen naar voren
komen in je droom.

Een woning (2) bij de theeplantages
De Senoi leefden vroeger
verscholen tussen de bomen in de bergen. Ze hadden
huizen op palen.
De huizen waren gemaakt van bamboe, rotan, riet en bladeren.
Ze leefden te midden van bananenbomen, rijstveldjes, broodbomen en pompoenen.
Ze waren hoofdzakelijk vegetariërs, maar ze aten ook wel vis en dieren, die ze
die toevallig in het bos vingen.
Ze leefden in lange huizen met meerdere families bij elkaar. Misdaad kwam niet
voor en geestelijke ziektes, zoals stress, overspannenheid waren bij hen
totaal onbekend.
De huizen, die wij op onze weg naar de Cameron Highlands zien, staan nog
steeds op palen. Veel daken zijn echter niet meer van palmbladeren. De
golfplaten daken zijn hier populair. Ze zijn duurder en laten zien dat je
het goed hebt.

Wonen tussen de theevelden.