Reisverslag
(deel 1)
West Maleisië
Hanneke van Vemde

De Maleisië vakantie
van Wil en Hanneke
4
en 5 juli 2004
Veel
te vroeg waren we op schiphol want ik wilde graag goede plaatsen in het
vliegtuig. Bij de balie waar we moesten inchecken stond een Turks gezinnetje met
hun vader. Ze hadden 85 kilo aan bagage bij zich voor man vrouw en baby. Dat was
natuurlijk veel te veel en pa zou het wel even regelen. Hij ging flink tekeer en
wist niet van ophouden. Het was zo’n mooi schouwspel dat het wachten zo om was.
Toen we uiteindelijk konden inchecken waren alle plaatsen al bepaald en was er
niets te vragen.
Er was ons vertelt dat je bij Malaysia Airlines ruime plaatsen hebt en een tv
in de stoel voor je.
Dat
van die tv viel ons nogal tegen, de films waren Chinees en Maleis ondertiteld.
In het Engels was het niet te volgen want die knop was stuk. De vlucht verliep
prima en om half zes nieuwe tijd waren we in KL. Bij de kofferband waren onze
koffers er niet, dat was even slikken. Gelukkig hebben we ze gevonden want ze
waren bij de verkeerde band gebracht. Zo waren we weer een uur verder en gingen
we naar de taxi. De taxichauffeur was nog vier klanten kwijt en bleef maar
zenuwachtig heen en weer lopen en excuses maken. Om half acht hield hij het voor
gezien en vertrokken we. In het hotel aangekomen waren de kamers nog niet klaar.
We kregen een kop koffie en moesten maar wachten tot 11 uur. Een gezin met jonge
kinderen zat te wachten op de bank met allebei een slapend kind, ze keken niet
echt blij. Wij gingen na de koffie ons eerste verkenningsrondje maken in de
buurt en kwamen er achter dat we midden in het centrum zaten, echt een leuke
plek. We gingen eten bij de hawkerstal om de hoek en hadden meteen ons eerste
avontuur.
 |
Aan een tafeltje op de stoep zaten we tijdens het eten te praten met
een Amerikaan, die hier al acht jaar woont. Ineens leek het of er een
wervelstorm aankwam want iedereen om ons heen begon, onder luid gekakel, als een
gek met tafels en stoelen te slepen. Alles ging naar binnen. Alleen de Amerikaan
bleef zitten. Ik stond ook op en wilde gaan helpen en dacht: “het gaat zeker
regenen of zo”.
Blijf maar zitten zei de Amerikaan, deze mensen hebben geen
vergunning om op de stoep te serveren en de politie komt er aan. Inderdaad
kwamen er drie agenten aan, bleven even wachten en liepen daarna weer verder. Na
een half uur stond alles weer op de stoep. We waren weer helemaal wakker. Om 11
uur betrokken we onze kamer. Deze was prima en we hebben lekker even een
middagslaapje gedaan. |
In de
avond zijn we naar Chinatown gelopen en ik heb mijn ogen uitgekeken. Je krijgt
zoveel nieuwe eerste indrukken, heerlijk.
6
juli
 |
Na een
heerlijk ontbijt op weg naar de Petronas Towers. Het was heel helder weer en
we hebben erg genoten van het uitzicht. We waren nog al weg van de
architectuur van de torens. Hierna hebben we een taxi genomen naar de
orchideeën en hibiscustuin.
In de eerste tuin waren werkzaamheden en hij was gesloten, in de tweede
bloeide niets. Dan maar naar het Birdpark, dat lag er naast. Hier hebben we
wel lekker rond geslenterd, maar de hoeveelheid vrij vliegende/lopende
vogels viel ons erg tegen.
Er waren veel wegkwijnende vogels in een kooitje.
|
Toen we terug gingen kwamen
we nog langs een grote moskee. We zijn er niet in geweest want dit heeft niet zo
onze belangstelling. In de avond hebben we weer lekker door de stad geslenterd
en genoten van alle lichtjes en mooie winkels. Om negen uur kregen we
onze eerste tropische regenbui te verwerken. We hebben meer dan een uur onder
een afdak gestaan en alleen maar gekeken en gekeken. Prachtig!
7
juli
Met de
taxi naar de Batu Caves, met deze rit zijn we, achteraf gezien erg opgelicht.
Aan een werknemer van het hotel vroeg ik wat een redelijke prijs was voor een
taxi naar de grotten. Hij antwoordde met 70 ringit voor de heen en terugreis en
dan bleef de taxi een uur wachten. Het was buiten de stad en erg ver zei hij.
Hij bestelde de taxi voor ons. In de taxi bleek dat het maar 15 km was en dat
daar ook genoeg taxi’s stonden voor de terugreis. RM30 was echt genoeg geweest.
Ook vertelde de chauffeur dat zijn dochter in het hotel werkte. De ene hand wast
de andere zullen we maar zeggen. In de grotten waren weer renovatie
werkzaamheden aan de gang. Het heilige gaat er dan wel vanaf vind ik. Wat er nog
te zien was vond ik mooi hoor, maar er lag overal afval en bouwpuin en er was
veel lawaai. Het viel niet mee om met de jetlag al die trappen op te komen.
Daarna
met de taxi naar de communicatietoren, kaartjes gekocht en weer genoten van het
uitzicht. Boven op de toren zagen we een soort park met oerwoud, het werd ook
genoemd op het rondleidingbandje. Daar zijn we eens lekker gaan wandelen. Er
stonden namen op de bomen en nu weten we in elk geval waar onze kozijnen vandaan
komen. Toen we het bos uitkwamen stonden we precies bij een monorailstation.We
besloten om een ritje met de monorail te gaan doen. We hebben een kaartje
gekocht naar het verste punt, daar ergens wat gegeten en dan weer terug. Het is
leuk om KL vanuit de monorail te bekijken, je ziet de dingen in een ander
perspectief.
8
juli
Om
half elf werd de huurauto gebracht, een splinternieuwe Kia en na een kwartiertje
bewogen we ons in het drukke verkeer. Dat was wel even omschakelen omdat je in
de taxi niet zo oplet waar je heen gaat en je moet ook nog links rijden. We zijn
al twee keer in Afrika geweest en hebben wat ervaring gelukkig. Het ergste zijn
de brommers, ze scheuren als een zwerm bijen links en rechts om je heen en je
moet echt opletten dat je er niet één plat rijdt. Het doel voor vandaag was het
vuurvliegjespark in Kuala Selangor. Het natuurpark waar we wilden logeren was
dicht, want de airco was stuk. In de lonely planet stonden wat hotels aangeven
in Kuala Selangor, die gingen we bekijken. We schrokken ons rot.
Een kale kamer
met een bed waar je de veren doorheen voelde, alleen een laken op het matras en
een vies dekentje om je te bedekken. De wc annex douche was verschimmeld en
bestond uit een gat in de grond voor je behoefte en een stukje tegels er naast
om je te douchen. Alle vier de hotels waren zo.
Aan een
taxichauffeur gevraagd of er niet iets beters was en die wees ons de weg
naar Kuala Tembeling, waar je
chaletjes kon huren naast de steiger voor de tocht naar de vuurvliegjes.
Dat was
een prima plek en goed te betalen.
In de avond lekker gegeten in het restaurant
van het park en daarna de tocht naar de vuurvliegjes. In een elektrisch
aangedreven boot ga je de rivier op en zie je duizenden lichtgevende kevertjes
in de bomen, een geweldig schouwspel. Het leek wel kerst.
De tocht duurt een
half uur, maar we zijn nog een uurtje bij de steiger blijven hangen om te
kijken. |
 |
9
juli en 10 juli
Via de
snelweg richting Ipoh gereden en bij Tapah afgeslagen naar de Cameron highlands.
Het was een hele mooie route. Je moet hier wel ruim de tijd voor nemen. We
logeerden in Tanah Rata, in Bala’s Chalets.
Dat
zag er erg leuk uit, maar bleek achteraf toch wel bala. De wc trok niet door, de
douche was koud en om zes uur in de ochtend begon de imam zijn lied tot zeven
uur.
We
waren vroeg op dus en vroegen om een andere kamer waar de wc en douche het wel
deed. Die kregen we en we verhuisden. De rest van de dag hebben we doorgebracht
op Gunnung Brinchang, het hoogste punt in de omgeving, een theeplantage, een
vlindertuin en een Chinese tempel. We kregen weer een behoorlijke stortbui op
ons dak. Toen het weer droog was konden we nog net een kleine “jungletocht
maken”, erg tof. Het was wel glibberig maar heel mooi met allemaal boomvarens
en, voor ons, nieuwe planten en bomen.
s’Avonds lekker eten in de hawkerstalls en ons te goed gedaan aan saté en nasi.
11
juli
De
Imam was er weer om half zes en we stonden weer onder de koude douche. Wil deed
met het uitchecken zijn beklag. De man achter de balie zei met neergeslagen
ogen: “thank you sir” en we vertrokken.
|
Het
nieuwe doel was het Taman Negara, we moesten meer dan 4oo km rijden. Dat viel zo
tegen qua tijd dat we pas om vijf uur in Tembeling waren.
Er wordt vreselijk
gevaarlijk gereden in Maleisië, minstens 4 keer per uur komt de adrenaline je
oren uit.
Vrachtwagens rijden met 30 km tegen de berg op onder het uitstoten van
dikke zwarte rookwolken.
Iedereen probeert ze natuurlijk in te halen, ook daar
waar het niet kan. Als we in een bocht een vrachtwagen langzaam onze kant op
zagen komen, hielden we al helemaal in en gingen zoveel mogelijk aan de kant,
want negen van de tien keer kwam er dan een personenauto of soms ook een bus
recht op je af.
|
 |
In
Tembeling waren we natuurlijk veel te laat voor de boot en knoopten we een
praatje aan met de plaatselijke bewoners daar. Die konden ons vertellen dat er
ook een weg liep naar Kuala Tahan. Dit is een dorp tegenover de ingang van het
park. Je kunt dan voor een halve ringit overvaren met een bootje. Die weg stond
niet op onze kaart en de mannen hebben ons haarfijn uitgetekend hoe we moesten
rijden.
 |
Het was nog 60 km.
We
besloten om nog te gaan en vonden moeiteloos de weg. De eerste 40 km ging van
een leien dakje, de weg was prima en we zagen ons al met een sapje op een
floating restaurant. Toen draaide er, vlak voor ons, een auto de weg op en
moesten we erg remmen. Wil mopperde wat en zag, tot zijn verbijstering, dat voor
hem die auto ineens helemaal naar rechts de berm inscheurde en een paar meter
verder weer de straat op ging. Dat is ons geluk geweest, want anders hadden we
de auto totalloss gereden. Voor ons hield het asfalt op en zat een groot gat in
de weg.
Maar
goed dat we ABS op onze Kia hadden. Hierna was het twintig km lang
hetzelfde beeld, soms asfalt veel gaten. |
We kregen ook nog een flinke stortbui waardoor je de gaten niet meer zag.
Kapot kwamen we aan in Kuala Tahan.
Bij de
steiger stond een man die ons een geheel nieuw hotel wees, het Rainforrest
resort.
Dat was een hele goede keus. Heerlijke kamer en alles doet het.
We hebben ervaren, gedurende onze reis, dat je beter net buiten het park kunt
logeren dan er in, omdat dat de helft goedkoper is en de accommodatie in de
parken vaak niet zo goed is als daar buiten.
Na een verkwikkende douche zaten we
om zeven uur op het terras van een floating restaurant, eindelijk ons sapje.
12
en 13 juli
Deze
dagen hebben we door gebracht in het Taman Negara. Na het halen van de benodigde
permits gingen we op weg naar de canopy walk, een wandelpad op 45 meter hoogte,
tussen de boomkruinen. Voordat we de jungle in gingen waren we al drijfnat, het
is alsof je in de sauna loopt. Toch was het maar 29,5 graden. Omdat Wil
hoogtevrees heeft mocht hij eerst naar boven en bleef ik vlak achter hem.
Gelukkig was het nog heel rustig want het viel hem niet mee. Je moest 5 meter en
later 10 meter uit elkaar blijven, maar dat was voor hem veel te eng, dus hield
ik iedereen tegen totdat hij aan de overkant was. Op het platform rond een boom
durfde hij weer om zich heen te kijken. De arme stumper heeft het hele parcours
toch afgelegd ( het is éénrichting verkeer, je kunt niet terug). Geweldig hoor!
Daardoor had ik veel tijd om te kijken en het is echt de moeite waard. Na de
Canopywalk zijn we verder gewandeld naar een uitzichtpunt, we genoten met volle
teugen. Om negen uur in de avond werden we opgehaald voor een nachtwandeling.
Met een gids ga je, gewapend met zaklamp, het oerwoud in en hoop je insecten te
zien. We zagen leuke dingen zoals lichtgevende paddestoelen, een kameleon, een
boomkikker, sprinkhanen, wandelende takken en een dikke spin.
Voor
de volgende ochtend hadden we een boottocht geboekt bij het hotel. Heen ging het
met een lange houten boot en gingen we over zeven stroomversnellingen. De
terugtocht ging met een tube, een grote zwemband. De tocht zou 2,5 uur duren. In
onze zwemkleding, met lagen zonnebrand gingen we naar de boot. Ik vond het al
vreemd dat er geen banden in de boot lagen en vroeg er naar. De jongen kon
nauwelijks engels en zei overal ja op dus ik liet het maar zo. In drie kwartier
waren we heen en weer over de stroomversnellingen, van banden niets gezien. Erg
teleurgesteld deden we ons beklag, eerst bij het bureautje die de schuld gaf aan
het hotel en later bij het hotel, dat zich verontschuldigde en ons een gratis
diner aanbood. Dat hebben we aangenomen, voor een nieuwe boottocht was geen tijd
meer. We hadden veel beter zelf iets kunnen regelen bij zo’n bureautje, er waren
er genoeg. Die middag zijn we naar Bukit Indah gelopen, een uitzichtpunt die op
de rivier uitkijkt. Het was een prachtige wandeling van vijf uur.
Om
half acht was er het diner en we waren de enige mensen in het restaurant. Je kon
kiezen uit lamsbout en biefstuk en Wil eet geen vlees. Dat was moeilijk kiezen,
dus we namen de biefstuk maar. Die was zo taai dat we het niet weg kregen, de
twee aardappels waren rauw. Ik snapte meteen waarom wij daar alleen zaten.
Slap
van de lach gingen we naar onze kamer en aten een boterham met pindakaas.
14
en 15 juli
Bij
het ontbijt kon je kiezen uit ei, ei of ei en Wil lust geen eieren. Dat werd dus
toast met jam als ontbijt.
Daarna
op weg naar Cherating. Alleen de eerste 20 km was slecht, we deden er een uur
over, de rest van de reis ging voorspoedig en om een uur of drie hadden we een
kamer in Kampung Cherating. We hebben de middag verder besteed met lezen en
wandelen langs het strand. Het is hier een mooi strand, wel veel kwallen. Het
water is zo warm, dat het heerlijk is om er met je blote voeten door te
slenteren.
De
volgende dag waren we duidelijk te laat voor het ontbijt, het was negen uur en
er was niets meer, behalve twee boterhammen en een schraapje jam. Gelukkig
kregen we nog een paar boterhammen en ook nog een beetje jam. We zijn begonnen
met een flinke strandwandeling, heerlijk. Daarna met de auto naar Cukai om te
internetten en wat lekkers te kopen. Op de terugweg zijn we nog bij het
schildpaddeninformatiecentrum ( leuk woord voor galgje) langs gegaan. We hebben
Pizza gegeten in Cherating, en gepraat met de eigenaar die 15 jaar in Europa had
gewerkt en nu terug was om het wat kalmer aan te doen.
16,
17 en 18 juli
Na
onze eigen boterhammen met pindakaas, (ze vroegen met het uitchecken nog of we
geen ontbijt wilden) vertrokken we naar Melakka, een reis van 350 km. Het ging
grotendeels door palmolieplantages.
Alleen
het laatste stuk was prachtig en we vonden de kampungs onderweg, heel erg mooi
en echt wat je je van Maleisië voorstelt.
Melakka is een enorme stad en het
duurde wel even voordat we een hotel aan de kust hadden gevonden.
We hebben
zeker een uur moeten zoeken en vragen. We logeerden in het Merdac, aan de
noordkant van de stad en lekker rustig, dachten we.
Dezelfde avond gingen we nog naar de stad, het ritje duurde een half uur.
We keken onze ogen uit naar al die verlichte riksja’s, de één nog mooier
versierd dan de ander. |
 |
 |
De
volgende dag weer terug naar de stad en de stadswandeling gelopen, heel mooi.
We
hadden geluk want bij de grote Chinese tempel was het offerdag. Een man vertelde
ons dat twee keer per maand iedereen naar de tempel moest gaan om te bidden en
wierook aan te steken.
In de avond een strandwandeling gemaakt langs de
vissersboten. Het was een vies strand, met open riolen. In een kwartier tijd
zagen we een dode kat, een dode rat en een dode vis op het strand.
De avondrust
werd verstoord door een grote groep jongens op brommers, die een wedstrijd in
hard rijden deden op de straat. Het was zaterdag.
Dit duurde dus tot twee uur in
de nacht. |
De
volgende dag naar Muar gereden waar we koffie dronken bij een chinees stalletje.
We hebben heel leuk gesproken met een gepensioneerde man over oud zijn in
Maleisië en de ouderenzorg. Hij vertelde dat de gemiddelde ambtenaar 2000 ringit
per maand verdient, AOW is er niet, je moet zelf maar sparen voor je oude dag.
Hij was altijd vrachtwagenchauffeur geweest en hielp nu in het restaurant.
Hierna
verder naar Tangkak, waar een waterval moest zijn. Omdat het zondag was zat half
Maleisië daar te picknicken. De mannen zwommen in zwembroek, alle vrouwen
gingen geheel gekleed, met hoofddoek en al te water. Het waren 532 treden naar
boven, het was de moeite waard.
Wanneer de mensen, hier in Maleisië, ons aanspreken, vragen ze eerst waar je
vandaan komt en zeggen daarna grijnzend dat we hebben verloren met voetbal. Veel
kinderen roepen heel hard hello, hello en roepen je dan van alles na wanneer je
voorbij bent. In de avond was er markt in onze straat, daar zijn we nog lekker
over heen geslenterd.
19
juli
Vandaag ging het richting Port Dickson voor onze laatste dag op west Maleisië.
We namen de kustweg, het was maar 100 km. We hebben gelogeerd in het Corus, een
super hotel met watercascades in de hal, een zwembad en fitness en een eigen
baai. Een standaard kamer kostte maar 138 rm.
We
hebben heerlijk gezwommen en gelezen. 's Middags en 's avonds onze koffers weer
even goed ingepakt voor de vliegreis van morgen naar Kuching.