In Sarawak zijn de Dayaks de overheersende stam.
Deze inboorlingen leven in longhouses. We
verdelen de Dayak in twee groepen: de Iban (zee-Dayaks)
en de Bidayuh
(land-Dayaks). Elke stam in Maleisië
heeft een sterke band met het regenwoud. Vergis
je niet in de naam zee-Dayaks, want het betekent
beslist niet dat zij aan zee leven. Meer met het
leven op het laagland; bij de rivier. De Iban
verbouwen juist rijst en fruit. Ze jagen en
vissen. Een longhouse is het centrum van het
gemeenschapsleven in Sarawak. Er zijn meer dan 4500 longhouses
in Sarawak. In deze "gemeenschapshuizen", die
gebouwd zijn op palen, kunnen meer dan 100
verschillende gezinnen wonen. Allen afgescheiden
in een appartement, maar dan wel onder één
gemeenschappelijk dak.
In het regenwoud leven
meer dan 27 etnische groepen, die elk
hun eigen taal en cultuur hebben.
Als je een longhouse
wilt bezoeken, begint dat met een reis
in een boot stroomopwaarts. De reis in
een perahu, een kleine smalle houten
boot, biedt een fantastische mogelijk om
het leven aan de rivier te ontdekken.
Alles gebeurt aan en op de rivier. Het
is een echte "waterweg". Je ziet Sarawak
op zijn best. Longhouses verschillen
een klein beetje van stam tot stam, maar
uiteindelijk is de basis overal
hetzelfde.
De Iban is de
grootste stam in Sarawak en is één van
de drie volkeren, die vroeger aan
koppensnellen deed.
Als je stroomopwaarts vaart zal je bootsman
je meenemen langs kleine kiezelstrandjes. Je
vaart onder hangende, tropische hardhoutbomen,
waaronder je nauwelijks de blauwe lucht kan
ontdekken. Lokale kinderen duiken in de koele
rivier. IJsvogeltjes bouwen hun nestjes aan de
oever en de neushoornvogels scheren over het
water. De bewoners van de longhouse zullen
je zeer gastvrij ontvangen. Voor deze
mensen is het heel normaal, dat je uitgenodigd
word door de hoofdman. Er worden wel kleine
"geschenkjes" van je verwacht. Wanneer je
bij een longhouse aankomt, wordt je begroet door
meisjes, die een traditionele dans uitvoeren en
er wordt gespeeld op speciale gongs.
Bij de
ingang van een longhouse is er een houten boog,
waar boven kleine mandjes hangen, die gemaakt
zijn van palmbladeren. Kleine offers,
zoals een paar muntstukken of een paar
sigaretten, moet je in die mandjes leggen. Dit
is om de boze geesten buiten het longhouse te
houden. Vanaf het moment, dat je het longhouse
binnen stapt, ben je een geëerde gast. Je krijgt
een glas "tuak" aangeboden. Dit is de lokale
rijstwijn. Er worden je wel meerdere glazen
aangeboden met allerlei lekkere hapjes.
Dan zal je gastheer ineens opstaan en op de gong
slaan. Dit is het tijdstip voor de traditionele
dans de "Ngajat". De inspiratie voor deze
gracieuze dans is de vlucht van de
neushoornvogel., Sarawak embleem. Daarna zullen
je "nieuwe vrienden"je bezig houden met de
verhalen uit Sarawaks verleden.
Gewoonlijk duurt zo'n feest de gehele nacht. De
zon wordt vervangen door de maan en een nacht
vol dansen biedt zich aan. Uitgeput kun je je
hoofd op de overkapte veranda te ruste leggen.
De
laatste
tientallen
jaren is
er voor
deze
mensen
veel
veranderd
door
houtkap
van het
regenwoud
en
uitbreiding
van
plantages.
De Iban
en ook
andere
stammen
hebben
regelmatig
hier
tegen
geprotesteerd.
Ze
hebben
o.a.
wegen
afgezet
om hun
woud te
beschermen.
In
longhouses van de Iban vind je
alleen oude mensen en jonge kinderen. Ik
heb het idee, dat de bevolking afneemt.
Velen trekken naar de stad of naar
elders. Wat achter blijft zijn de
kinderen en de ouderen, die nog te veel
leven in het verleden. Ze gaan een
onzekere toekomst tegemoet.
Natuurlijk bezit deze jonge generatie
een rijke cultuur, maar de tradities
sterven uit. De vorige generatie bouwde
de longhouses, maakten houten boten,
weefden, dansten, maakten tattoes.
Een hele generatie, die verhalen en
mythes vertelde, verdwijnt.