Dit fort werd door de Britten in 1930 gebouwd. Het had tot
doel om de haven van Penang te beschermen tegen vijandelijke troepen
vanuit zee. In deze tijd had het verdedigen van Butterworth op het vaste
land een hogere prioriteit. Vandaar dat dit fort niet goed was uitgerust.
Het had een garnizoen van 500 ongetrainde militairen en 2 zware kanonnen
en 4 lichte machinegeweren.
Hierop stond een groot luchtdoelkanon
Het fort had slechts twee goede, grote
luchtdoelkanonnen (6 inch), die vijandelijke
schepen konden laten zinken. De kanonnen
hadden een bereik tot het vasteland.
Hier had men hun hoop op gevestigd. Zij
zouden het eiland verdedigen.
Helaas konden deze kanonnen geen 360
graden draaien.
De aanval op Penang begon met
bombardementen op 11 december 1941.
De volgende dag waren er weer
luchtaanvallen. De hoofdstad
Georgetown was hun hoofddoel. De stad
werd dan ook ernstig getroffen. Aan het
einde van die dag telde men 2000
gewonden.
Er brak chaos uit en de Europeanen, meest
vrouwen en kinderen, werden geëvacueerd.
Men realiseerde zich, dat het eiland nog
slecht drie, vier dagen verdedigd kon
worden.
De volgende dagen werd er weer
bombardementen uitgevoerd door de
Japanners.
Op 17 december 1941, bij het aanbreken van de dag, kwamen de Jappen
met kleine bootjes en met een omtrekkende beweging bij Bayan Lepas aan
land.
De kanonnen konden niet geheel draaien. De Japanners hadden niets te
vrezen.
Te voet en met fietsen heeft men toen Batu Maung ingenomen. Zonder ook
maar één dode aan Japanse kant.
Veel Engelse militairen konden ontsnappen ternauwernood door een
ondergrondse tunnel, die naar zee leidde.
Het was bekend, dat de Engelsen niet goed voorbereid waren op een
aanval door de Japanners.
De Japanners zijn 3 jaar en 8 maanden op Penang gebleven.
Dit heeft veel indruk gemaakt bij de bevolking. Jonge mannen moesten
mee om in het leger te dienen.
Affendi, wiens vader in het Japanse deel moest nemen, werd na de
oorlog vaak gewaarschuwd door zijn vader met de woorden:
"Anders krijg je 3 jaar en 8 maanden straf!"
Hij was ook jarenlang bang voor Japanners, vertelde hij mij.
Het luchtdoelkanon in betere dagen!
Links: Japanners nemen met de fiets
Batu Maung in.
Toen de Jappen het eiland bezet hadden,
werd het fort al gauw een gevangenkamp.
Het werd van kwaad tot erger.
Er werden ook veel gruwelheden gepleegd,
waarvan je de bewijzen daar nog kunt zien.
Velen stierven, werden doodgemarteld;
anderen werden verminkt en verkracht.
Het museum geeft een goede indruk van
wat hier allemaal heeft afgespeeld. Je ziet
grote foto's, martelwerktuigen, loopt door
de schuilkelders van de Engelsen.
Men krijgt een goede indruk, hoe het
alledaagse leven in een gevangenkamp was.
Sergeant John Wolf heeft helaas het einde van
de oorlog niet gehaald (rechts). Zijn graftombe bevindt zich in Batu
Maung.
In één van de schuilkelders ligt een adres van iemand, die alles heeft
overleefd. Je kunt hem nog steeds bereiken op datzelfde adres met
hetzelfde telefoonnummer.
Maleiers praten niet
zo graag over het verleden. Ik heb ook niet het idee, dat zij
haatdragend zijn tegenover hun bezetters.
Velen van hen hadden nog geeneens van het oorlogsmuseum gehoord.
Sommigen hadden dat wel, maar waren er nooit geweest.
Voor Affendi, die ons meenam naar Batu Maung, was dit de eerste keer.
Het idee was overigens wel van mij. Affendi vond alles heel erg
interessant en bleef bij elke barak staan en las alles. Overigens kwam
er geen kwaad woord over Japanners.
Toen ik jaren geleden in Indonesië (Sumatra) was,
liet men mij vol trots alles zien, wat de Nederlanders wel niet hadden
gedaan. Men liet mij bruggen zien, stations, maar ook een spoorlijn,
waar ze heel trots op waren.
Ik werd (bijna) trots op Nederland.
Ik kon toen ook, met de beste wil, geen spoortje kwaad over de
Nederlanders ontdekken.